Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit oogenblik, nu zijn oog als door de meest ideale vlammen der bezieling schitterde, nu hij in hooge opgewondenheid nauwelijks woorden genoeg vond, om den gastvrijen en beminnelijksten van alle huisheeren voor dit verlof te danken. Nog eenmaal keerde hij met den Consul naar Patras terug, om dezen nacht in een hotel door te brengen. Den volgenden morgen moest zijn bagage voor een langer bezoek onder het dak van het heerenhuis van Goedland bezorgd worden.

De maan stond reeds aan den hemel en deed land en zee in een zilverglans baden, toen Consul Hamburger met zijn beschermeling naar de stad afdaalde.

Nevelsluiers golfden als een zachte ademtocht over de lentegeur van zich gevende weiden, en de vuurroode klaprozen, zelfs bij deze verlichting nog zichtbaar, wiegelen op hare stengels van een voet hoog. Grootbloemige anemonen neigen het hoofd in den avondwind en de saliestruiken geuren zoo bedwelmend sterk, als wilden zij een zoeten wedstrijd beginnen met de rozenhagen, waarin de nachtegalen zingen zingen ..

„alsof ook zij Mavrodaphne geproefd hadden," zooals Joel overmoedig schertste.

Een groote, schitterende ster fonkelt hem boven het hoofd, en het komt den jongen man voor, dat hij haar heden voor de eerste maal ziet, dat het die geheimzinnige geluksster is, welke eindelijk, eindelijk over den zoekende is opgegaan.

„Stap wat aan, mijn waarde Eikhoff!" vermaant de Consul, als een plotselinge windstoot van de hoogvlakte nederschiet, „van Spiro Malia's vaderland komt een onweder opzetten, — hier te lande snel en onberekenbaar als het lot in het menschelijk leven! Wie weet hoe lang nog en de sterren boven ons verzinken in nacht en duisternis!"

Joël lachte en sprong vlug en opgewonden als een knaap van steen tot steen naar het dal.

Zijn "ster kon geen onweerswolk meer verbergen, hij had haar gevonden en zal hare genadestralen

Sluiten