Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de nationale fout der Grieken, in de nieuwsgierigheid, te doen vervallen."

„Volstrekt niet! — Zoo ik het geheim van onze Daphne kon verraden, dan deed ik het gaarne, — helaas lichtte de moderne Maja haar sluier niet op, maar veroorlooft het ons tot op den huidigen dag, dat wij ons het hoofd breken."

„Wie — hoe — wat en vanwaar! — Het geval schijnt toch uiterst interessant! Is het onbescheiden, mee te willen raden naar dat aardige raadsel?"

„Niets begrijpelijker dan dat! Hoor eens! Goedland wordt, zooals gij weet, dikwijls door reizigers bezocht, en ons vreemdelingenboek bevat namen, welke het tot het kostbaarste stuk van den inventaris van het huis maken. De Keizerin van Oostenrijk, hare Grieksche Majesteiten, de Prinses Theresia van Beieren en een prachtige reeks van de uitstekendste menschen, kunstenaars, geleerden, schrijvers, zangers — kortom, wij hebben de edelste handteekeningen verzameld. Wat wonder, zoo op een schoonen dag ook een godin van den Olympus daalde en met geniale, „goddelijke' letters den naam „Daphne" in dezen zeldzamen krans vlocht!"

„Dus kan zij toch op den Olympus als haar vaderland aanspraken doen gelden?"

„Ik denk meer op den Montsalvage!" zeide de Heer Riedel lachende, — „want zij kwam en ging volmaakt a la Lohengrin, met de gracieuse opdracht: „Nooit moet ge m' ondervragen, noch wetenszorgen dragen !!

„Teldet gij het zilver na haar vertrek, of het nog voltallig was?"

„Bah, hoe afschuwelijk! — Men bemerkt, dat gij Mevrouw Daphne niet in de oogen hebt gezien."

„Helaas, neen! Doch ik verzoek u voort te gaan. — Mevrouw Daphne verscheen dus in een huurrijtuig regelrecht van den Olympus en klopte aan de deur van den wijnkelder "

„Pardon. Zij verscheen te paard."

Sluiten