Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„Is het geoorloofd, dien wijn direct van het vat in den kelder te proeven?"

„Natuurlijk, Mevrouw."

„Op een wenk aan de Heeren, hieven deze derijderes uit den zadel.

„Hebt gij een bijzonder belang juist in dezen wijn, schoone dame ?"

„De vreemde keek mij zonderling aan. „Gelooft gij aan sprookjes ?"

„Als zij mooi zijn, ja!"

„„Hoor dan een schoon sprookje. Hoog daarboven in het Noorden lag een marmeren beeld in diepen slaap. Men wist niet, hoe het uit zijn zonnig vaderland Hellas daarheen gekomen was, maar de lui vertelden elkander, dat een geweldige reus vol ijverzuchtige liefde de godin derwaarts ontvoerd had, waar geen mensch het lief en leed eener Olympische ziel kan begrijpen. Toen de eeuwige zon niet meer glimlachend haar lievelingskind bescheen, verstijfden zijne levenswarme ledematen, het jeugdige lichaam werd ijskoud en ging over in steen. De reus omkranste het met bloemen en tooide de marmeren bruid met goud en schitterende juweelen, maar zijne tranen en zuchten wekten geen nieuw leven in haar.

„„De zangers en dichters knielden en hieven weeklagend de handen op: „O godin, schoonste van allen, welk een toovenares zoudt gij zijn, zoo gij een ziel hadt!" — en zij beproefden het en sloofden zich af, om haar die ziel in te blazen! De eene bracht liefde, de andere roem, de derde luidruchtige vreugde, — maar niets van dat alles deed de sluimerende ziel ontwaken.

„„Toen kwam een reiziger dien weg langs, die had niets, dat hij het zijne kon noemen, dan een slok wijn. En daar ook hij liefde voor het steenen beeld opvatte en niets beters had te geven, nam hij heet, vurig druivenbloed en vulde daarmede de aderen der godin."

„En deze „transfusie" bewees zich werkzaam?"

De spreekster lachte. „Meer dan dat, zij werkte

Sluiten