Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine tafel, met muziekpapier en inkt vóór zich, en terwijl Spiro Malia den strijkstok hanteerde, vloog de pen van den toehoorder met rustelooze haast over de witte vellen papier. Dikwijls sprong Joël zenuwachtig op. „Houd dit thema vast, herhaal dit gedeelte!" — en als hij dan zag, hoe de speler volkomen verstrooid van geest, met een glimlach op het gelaat, den blik ten hemel gericht hield, hoe men even goed de sterren, zon en maan kon toeroepen: „Staat stil!" zonder door haar gehoord te worden, evenmin gehoord en begrepen te worden, als door dezen bruinen knaap, dan drukte Eikhoff met ontstuimig ongeduld de handen tegen de ooren en vloog weg naar het park, om daar eerst een melodie op het papier te brengen, vóór zij door de onuitputtelijk opborrelende toonverbindingen van Spiro verslonden werd.

Ja, dat was werken! — De verwonderlijkste, eigenaardigste gedachten zong de viool van den Cerigoot het oor van den componist voor, en wat Joël zich door zijn studie van techniek en goed verstand had eigen gemaakt, dat bracht hij thans in toepassing, om het overrijke materiaal in genialen vorm te verwerken.

Het zou van een barbaarsche onhandigheid getuigd hebben, indien men deze zangen en tonen zonder eenige vrucht gebruikte, en Joël bezat veel fijn en juist gevoel, al mochten hem ook eigen vindingskracht, genialiteit en vooral ernstige volharding ontbreken.

Thans was hij in het goede vaarwater.

Wat de machtige stroom der bezieling met goddelijke kracht uit de ziel van een genie deed opborrelen, wild, doelloos, verspreid en verbrokkeld door eigen kracht, dat leidde Joël in effene banen, dat stuurde, vormde en beheerschte hij, om uit de oorspronkelijke bron een fonkelenden, fieren en verblindend voortruischenden stroom te scheppen.

Hoe vond hij zoo licht en zoo treffend de juiste klanken voor het juiste woord, en welke dichterlijke, aangrijpende woorden werden gedekt met de muziek

Sluiten