Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genius, die zijn lieveling met zilveren vleugelen |ot de zon omhoog wilde dragen.

Menigen langen, eenzamen nacht sidderde de ziel in dezen strijd, tot eindelijk de genadezon zegevierend door de wolken brak, tot Erika zich niet meer afvroeg: „Mag ik het wel wagen? Kan ik er me voor berekend achten?" maar totdat zij met tranen der bezieling in de oogen, eensklaps besloten jubelde: „Onverschillig of ik kan en mag -— ik moet!"

En daarop was het rustelooze, gelukkige arbeiden begonnen. Zij schreef haar eersten roman.

Winterachtige, van de wereld afgestorvene, vervelende, doode eenzaamheid rondom haar — wat wilde zij schrijven? Hoe moesten origineele, boeiende ideeën den langen weg hierheen, aan het einde der wereld vinden?

Zonderling, daarnaar vroeg het jonge meisje geen enkele maal.

Zij sloeg den blik naar binnen, zij keek in den spiegel harer eigene ziel.

Toen was het, alsof die in duizendvoudige kleurenpracht al de beelden en indrukken weerkaatste, welke hij vroeger ontvangen had.

Wat Erika tot hiertoe van wereld en menschen had gezien, dat alles herleefde in tastbaar duidelijke gestalte ; toen werd een kleinigheid tot een gebeurtenis, toen fonkelden dauwdroppels aan de roode rozen der liefde, dat waren op zichzelve slechts onbeduidende, kleine droppels, en desniettemin weerspiegelden zij een stuk leven en wereld, veel reiner, idealer en bekoorlijker, dan het bekwaamste penseel het schilderen kan.

Wat aan het beeld ontbrak, vergoedde en voltooide de rijke fantasie, dat, waarin de ervaring te kort schoot, vulde het verwonderlijk kunstvaardig instinct aan, dat zeker en vaardig zich door de vraagstukken heensloeg, evenals een vogeltje ook zonder kompas en landkaart den rechten weg naar zijn land vindt.

Sluiten