Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de moeder, wier trots en vreugde zich toch wellicht hier en daar tot toespelingen zou laten verleiden, welke meer verraden, dan goed is.

Wigand zou de eenige ziel op de wereld zijn, waaraan Erika zonder eenige terughouding haar vertrouwen zou kunnen schenken. In zijn borst zou haar geheim even goed bewaard zijn, als in de hare; hij zou zich liever de tong afbijten, dan een scherp of spottend woord] tot haar te zeggen, in geval de „Spooksels" geen opgang maakten, en evenzoo zou het zijn rechtschapene, eerlijke gezindheid er nooit toe kunnen brengen, haar anders te bejegenen dan thans, zelfs wanneer al de lauwren der wereld ter harer huldiging gestrooid werden!

Zoo Wigand een meisje bemint, dan is het zeer beslist alleen om hare persoonlijkheid, om de voortreffelijkheid van haar hart — — ja, Erika heeft schier de gewaarwording, dat hooge en schitterende geestesgaven op hem juist een tegenovergestelden indruk moeten maken als op Joël.

Wigand zal waarschijnlijk even zoo min een beroemde vrouw tot de zijne begeeren, als Joël een niet-beroemde.

Wat den voor kunstenaar aangelegden, eerzuchtigen pleegbroeder bevredigde, ja in verrukking bracht, dat zou hem zonderling voorkomen en afstooten, evenals twee contrasten nimmer harmonisch met elkander verbonden kunnen worden. De bescheidene aard van Wigand zou zich schuw terugtrekken van een vrouw, die de ridders van den geest huldigend aan hare voeten ziet. Hij past niet onder die schare en het succes als kunstenaar, dat tot Joëls hart en hoogte de eenig mogelijke ladder bouwde, zou tusschen Wigand en haar een onoverkomelijken afgrond graven. En dit bewustzijn sluit Erika ook tegenover Landen de lippen.

De gedachte, van hem te vervreemden, is haar onverdragelijk; — zij heeft hem toch slechts op de wereld, hem, den eenige, die het trouw en goed meent, die voor haar zorgt, regelt, denkt en werkt.

Sluiten