Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartelijk beide hande'n toe. „Ik dank je, trouwe, brave ziel, nu ben ik volkomen gerust en zal Erika zonder bekommering zien vertrekken!"

Landen vatte met krampachtigen druk de fijne, schier brooze handen der spreekster en bracht ze haastig aan de lippen, daarop keek hij naar Erika, in de verwachting, dat hij door een luiden jubelkreet voor zijnzware taak schadeloos gesteld zou worden.

Tevergeefs. De handen in den schoot gevouwen, het kopje diep, diep op de borst gezonken, zat zij roerloos en zweeg.

Hij boog zich over haar. „Ben je in je schik, Erika vroeg hij zacht, op gevoelvollen toon.

Een korte, heftige beweging. Zij sprong overeind en keek naar hem op. Zonderling, haar gezicht schitterde spookachtig bleek in het schemerlicht. Een oogenblik stond zij hoog opgericht vóór hem, vervolgens trok zij zich driftig terug en stormde de deur uit.

„Zonderling! Wat scheelt het kind, Wigand?"

Hij streek langzaam met de hand over het voorhoofd, zijn stem klonk mat.

„Gij kent toch de oude spreuk, tante: „Hethoogste geluk heeft geen zangen. — Ook Erika verstomt onder de volheid van geluk, dat zoo verrassend haar ten deel valt!"

Hij wachtte geen antwoord af. Zijn schreden stierven weg op het tapijt.

HOOFDSTUK XIII.

Wonderbare nacht! — Het wordt zoo vroeg donker — de wolken jagen als fantastische spookgestalten langs den valen hemel, en schel, onmiddellijk, alsof zij grillig door de handen van een geest worden geworpen, schieten bleeke stralen der maan over de stille wereld,

Sluiten