Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten minste heimelijk in het hart een onrecht, Wigand aangedaan, goed te maken.

Nooit had de persoonlijkheid van den stillen, blonden man zoo omstraald van deugd, zoo edel en bewonderd voor Erika's geestesoog gestaan als heden, en nooit had Wigand een zoo heerlijke overwinning behaald als thans, nu hij met bloedend hart alles als verloren had opgegeven.

Toen Landen de eetkamer binnentrad, vond hij, in weerwil van het vergevorderde theeuur, Erika er nog alleen aanwezig.

Een oogenblik scheen het, dat er een zachte blos naar hare wangen steeg, als bekroop haar een voor Wigand onverklaarbaar gevoel van verlegenheid. Daarop trad zij hem snel tegemoet en bood hem de hand. Ook hij stond onder een vreemdsoortigen invloed, en om dien te breken, dwong hij zich tot de onschuldigste onbevangenheid. „Kom ik te vroeg, nichtje? Is tante nog bezig?"

„Zij schrijft aan Mevrouw de Geheimraad en verzoekt, dat je haar nog een oogenblik verontschuldigt."

„En dat zeg je zoo kalm, alsof je die gewichtige en aangename brief geheel onverschillig is?"

Zij glimlachte. „Dat moet je eigenlijk wel aannemen, Wigandlief, want ik afschuwelijk ondankbare persoon heb toch nog geen woord van dank voor je zoo zeer, zeer vriendelijke voorspraak gevonden. Neem het me niet kwalijk ! Het kwam alles zoo plotseling en onvoorbereid, dat het me geheel over stuur bracht!"

„Ik dacht, dat vreugde en geluk in dit geval niet zoo verrassend konden komen, want Joëls laatste brief bereidde voldoende op de plannen der moeder voor!"

Zij scheen de laatste woorden niet goed te hooren. „Vreugde en geluk!" — herhaalde zij nadenkend met zachte stem. — „Wie zegt ons, Wigand, of het verblijf in de residentie me geluk en vreugde voorspelt? Ik

Sluiten