Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe Erika, dat jonge, onervarene kind, alleen de lastige reis met het gedurig overstappen moet maken. Mevrouw de Geheimraad schrijft, dat Joel de lieve gast gaarne zou afhalen, ware het niet dat hij voor het oogenblik met de werkzaamheden, welke de voorbereiding voor de première zijner opera met zich brengt, zoodanig overstelpt is, dat er aan een zich verwijderen niet te denken valt. — Zij verzoekt, dat ik mijn dochter persoonlijk brengen zal, maar, lieve God, ik heb van mijn leven niet alleen in een spoortrein gezeten, heb van plaatskaartjes nemen en expediëeren der bagage geen flauw begrip, want mijn goede man zorgde voor alles en liet mij lachend met mijn ontzettende onzelfstandigheid aan mijn lot over. Nu dacht ik, lieve, goede Wigand, of jij wellicht — of het niet mogelijk

zou zijn men zou het wel zóó kunnen inrichten,

dat jij een paar dagen afwezig bent —"

„Zeker, mijn waarde tante! Ik kan voor het oogenblik hier gemist worden, want Claasen heb ik zoover gebracht, dat hij heel goed eens zelfstandig kan zijn!"

Mevrouw Koltitz stak hem met opgewekten blik beide handen toe. „Dus wil je Erika waarlijk dat offer brengen, eenig goede man ? O, ik ben je er hartelijk dankbaar voor!"

„Laat ik liever voor het vereerend vertrouwen danken, dat gij in me stelt!" — De spreker was vuurrood geworden. „Als Erika het met mijne diensten voor lief wil nemen —"

Toen brak de eerste, schelle jubelkreet van hare lippen.

„O, nu is alles in orde, nu zal ik niet meer tegen de reis, tegen de vreemde stad en de onbekende menschen opzien! Als jij bij me bent, Wigand, zal ik me zoo op mijn gemak voelen als in Abrahams schoot!"

„En zooals vanzelf spreekt blijf je ook een paar weken in de residentie, Wigand!" ging Mevrouw Henriëtte ijverig voort. „Je doet Eikhoff het genoegen, de première bij te wonen en breidt je beschermende

Sluiten