Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen over mijn kuikentje uit, tot zij zich in de nieuwe omgeving thuis en vlug gevoelt. Je hebt evenzeer behoefte aan verstrooiing als Erika, en je weet toch : — gedeelde vreugde is dubbele vreugde!"

„Prachtig, prachtig idee!" riep Erika overgelukkig in de handen klappende. „Beste Wigand, je moet bij me in de residentie blijven. Je moogt me niet aan mijn lot overlaten. Hoor je? Ik smeek er je van ganscher, ganscher harte om. Als je wilt, dat ik me in den vreemde op mijn gemak zal gevoelen, blijf dan bij me."

De hand van den jongen man, Welke op de stoelleuning rustte, beefde en zijn gelaat schitterde van zalige verrukking. Hoe dook de zon van het geluk nog eenmaal zoo onverwachts aan zijn verduisterden levenshemel op!

Hij wist niet, wat hij in zijn eerste opgewondenheid zeide, hij had alleen die ééne gewaarwording, dat hij sedert den dood van den Overste nog niet weêr zoo opgewekt en vroolijk in het landhuis van Ellerndörp was geweest.

Erika was letterlijk een ander mensch geworden. Een schier uitgelatene vreugde maakte zich van haar meester; lachen en schertsen van weerskanten, de avonduren vlogen als een droom voorbij.

Toen zij ten slotte het kopje op de witte kussens liet zinken, om rust te zoeken, werd zij zich bewust, dat die reeds haar hart was binnengetrokken, eer slaap en droom haar voorhoofd hadden gekust.

Het bewustzijn, dat zij Wigand tot bescherming en toevlucht in hare nabijheid zou behouden, had iets trcostends en geruststellends voor haar. Zoo hevig als haar hart bij de gedachte aan Joël beefde, zoo stil en rustig klopte het, als zij aan Wigand dacht, evenals bij een kind, dat moedig een gevaar durft tegengaan, als een trouwe en zekere hand het leidt.

Moeder Doortje vernam het bericht van het vertrek der jongelieden met zeer gemengde aandoeningen.

Sluiten