Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Erika den volgenden morgen met een hevig kloppend hart naar beneden ijlde, om aan de getrouwe dienstbode de hoogstgewichtige gebeurtenis mede te deelen, vond zij vrouw Hagen tot hare verbazing niet in de keuken.

Lize glimlachte guitig en boog zich dichter bij het oor der jonge meesteres. „Wacht even, juffrouw, ze zit al weder bij het varken en grient het wat voor!"

„Zit ze bij 't varken?" vroeg Erika verbaasd, „in't varkenshok ?"

„Neen, 's morgens laat zij het varken er uit! Kijk maar eens in den kleinen tuin, daar houdt zij de wacht bij haar zuigeling!!" — En terwijl de spreekster hartelijk om deze hare aardigheid lachte, nam zij onder eiken arm een plank met opgemaakt brood en stapte flink naar den oven.

Doch Erika richtte hare schreden naar den kleinen tuin, waar zij moeder Doortje vinden moest.

Reeds van verre hoorde zij een zonderlinge vermenging van menschelijke geluiden van teederheid en een krachtig, welbehagelijk geknor, zooals het gewoonlijk alleen uit de varkenshokken ons tegenklinkt.

Het jonge meisje loerde behoedzaam om den hoek van den tuinmuur, waar de ontbladerde vlierstruiken haar een onbelemmerd uitzicht op het kleine grasveld achter de boerderij verschaften.

Een verrassend tooneel deed zich daar voor haar op.

In het matte licht der najaarszon rolde zich op den grond, welke wit zag van den rijp, een reusachtig, zeer vet varken op den rug, sloeg met de vier korte pooten, welke niet veel meer dan stompjes waren, met innig welgevallen om zich en gierde en gromde luide, als vrouw Doortje aan zijn hals kietelde. De oude vrouw lag naast haar borsteligen lieveling geknield en stak het varken opgewekt herhaaldelijk met haar vinger in den nek, terwijl zij eiken keer gekscherend herhaalde: „En dan doet hij piek! — en dan doet hij piek! — piek — piek," wat de oude moeke telkens

Sluiten