Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zult tot straf op de bruiloft van een dame met een heer uit de stad opgevreten worden !"

Deze bedreiging was zoo ontzettend, dat het varken zijn krulstaartje angstig liet hangen en zich luid knorrende door de nauwe staldeur wrong, moeder Hagen verdween achter het dier, en Erika en Wigand maakten rechtsomkeert en snelden in tegenovergestelde richting weg.

Zij kwamen elkander wederkeerig recht beklaaglijk voor, want moeder Hagen's toorn was rechtmatig.

In Erika rees plotseling de vraag op: „Waaromwil je eigenlijk weg? Is het niet berispelijk, zich vóór den neus der stadsheeren als een sierlijk opgemaakte pronkschotel te laten zetten. Zij ging toch slechts ter wille van een enkele, en die kon den weg tot haar even goed vinden, als zij tot hem." — Dat was een hinderlijk gevoel, en ofschoon het ook naast de vreugde en opgewondenheid niet lang stand hield, liet het toch een zaadkorreltje achter, dat in haar hart wortel schoot.

Wigand verging het niet veel beter. Hij liep met reuzenschreden over het berijpte akkerland. Eigenlijk wilde hij naar het winterzaad zien, maar hij had er noch oogen noch gedachten voor.

In zijne ooren weerklonk nog altijd vrouw Hagens toornige stem: „Al te goed is buurmansgek."

Er lag in die woorden een zekere waarheid. \\ ie den vijand zonder eenigen tegenstand onmiddellijk het veld ruimt, die is een bloodaard, en wie in een eerlijken strijd niet op zijn eigen belang bedacht is, die is dom.

En het een zoowel als het ander staat hem tegen. "Verlangt de liefde en de trouw waarlijk, dat men zich als een offerdier geduldig voor het vreemde staal buigt ?

Neen, er zijn genoeg ridderlijke en eerlijke wapenen om voor zichzelf te strijden.

Hij legt Joël geen hinderpaal in den weg, hij versmaadt het door list of intrige zijn beeld uit Erika's

Sluiten