Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zooals van zelf spreekt logeer je bij ons in huis. Wigand, dcarest boy /" — zeide zij hijgende, toen zij zich welgevallig naast Erika in de kussens van het rijtuig vlijde; op hetzelfde oogenblik evenwel richtte zij zich weder op en tikte nogmaals ongeduldig tegen

het rijtuigraam.

„De bagage moet per droschke achteraan komen, Hendrik! — Thans hebben we geen tijd tot wachten L James! — James!!"

De koetsier boog zich naar het raam.

„Wat is er van uw dienst, Mevrouw?"

„Zoo hard rijden, als we kunnen ! — In de Leipzigerstraat stilhouden! Hendrik moet de invitatie voor het diner bij Graaf Neszlar afgeven. Zoo mogelijk op antwoord wachten. — Vooruit!"

„Tot uw dienst, Mevrouw!"

Op gummiwielen snelde de equipage, zonder geratel te doen hooren, de bevolkte straten door en Me\ rouw Elly vatte het afgebroken thema weder op. „Dus je logeert bij ons, Wigand! Ik heb je oude kamertje voor je in orde laten brengen, ofschoon het voor u, groote mijnheer, thans wel wat eng en primitief zal zjjn! _ je kunt je evenwel niet voorstellen, kinderen, hoe holderdebolder tegenwoordig alles bij ons gaat! Joël heeft zoo ontzettend veel wenschen betreffende uitnoodigingen, daarenboven ettelijke vrienden \an hem, die insgelijks tijdens de première onze logeergasten zullen zijn, — menschen, die we beleefdheidshalve uitnoodigen moesten! Bijvoorbeeld den jongen Baron Bastolff, zoon van den Minister te X, — verder den Handelsraad Solfing, een ontzettend rijk man, die wordt aangebeden in muzikale kringen! Hij heeft zijn huishouden opgebroken, om den winter in Cairo door te brengen, doch zal ter wille van de Dorpslurley nog blijven! Dus verzocht Joël hem, bij ons zijn intrek te nemen! Doch dergelijke gasten stellen eischen en veroorzaken hoofdbreken, en dus moet jelui dubbel toegevend zijn, lieve kinderen!"

Sluiten