Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkom en gegroet in onze woning! Je zult hier toch nog te huis zijn, mijn goede Wigand! Ik bid je, beschouw je ook heden nog als zoon des huizes, evenals vroeger! — Voor Erikaatje zal ik persoonlijk zorgen !"

In de vestibule brandde het gas reeds in groote kristallen schalen, welke twee Karyatiden van goudbrons boven met bloemen gevulde vazen omhoog hieven.

De portier stond terzijde van de traliedeur, welke de binnen-vestibule van den doorrit scheidde, en een elegant kamermeisje met muts en wit schortje huppelde de trap af, om naar het valiesje van de juffrouw te vragen.

„Laat het je door Hendrik geven!" riep Mevrouw EHy het neigende meisje snel toe. — „Apropos, heeft de modiste gezonden?"

„A/oor een half uur eerst, Mevrouw! Ik was reeds buiten mezelve van ongeduld!" verzekerde Doortje met veel theatrale verontwaardiging. „Ik heb haar dan ook gezegd, dat Mevrouw zeer ontstemd over zoo weinig stiptheid was en voortaan alles weder van Gerson zou nemen!"

„Goed, zeer goed, Doortje. Waar is mijn zoon?"

Doortje ^ nam Mijnheer van Landen zeer ongeneerd op en neigde andermaal. „Mijnheer laat zich bij de familie zeer verontschuldigen, hij is per telephoon bij Borchardt geroepen. Tegen de thee hoopt Mijnheer weder terug te zijn "

,,1'oei, foei! Ik bid je, duidt het hem niet ten kwade, lieve kinderen! De arme jongen is voor het oogenblik' volstrekt geen meester van zijn tijd, er rust waarlijk te veel op hem! — Denkert! Waar is Denkert?"

De portier trad haastig naderbij. „Wat is er van uw dienst, Mevrouw?"

„Heb je het bloemstuk besteld? — Zal het behoorlijk aan het adres bezorgd worden?"

„ Wis en zeker, Mevrouw! Schmidt deelde me mede, dat hij om zoo te zeggen eiken dag een bestelling voor de dame krijgt."

Sluiten