Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Erika kuste de hand der spreekster. „Met uw welwillend verlof ga ik heden liever onmiddellijk naar mijn kamer, tantetjelief. Joël weet, dat voor mij het middernachtelijk uur een bijna nooit geziene tijd is, hij zal me zeker verontschuldigen."

„Natuurlijk zal hij dat, petite. 't Is zeer goed, dat je je geen overlast aandoet, hier in huis leeft men geheel zonder eenigen dwang, uitsluitend naar zijn eigen goedvinden! Je wilt dus gauw je kamer opzoeken! Goed, ik zal Doortje dadelijk waarschuwen!"

Wigands oogen schitterden. Zelden had een zoo zalige vreugde zijn hart vervuld, als in dit oogenblik, nu Erika van het voorrecht afstand deed, den „god" Joël heden nog weder te mogen zien.

Toen Erika hem de hand toestak, om hem „goeden nacht" te wenschen, knikte zij hem toe met een blik, waarin duidelijk was te lezen : „Hoe goed, dat je hier bent!"

Maar Landen was veel te onervaren in het ontraadselen van deze stomme taal, om den zin ervan te verstaan.

..Joël was niet weinig verrast, Erika niet in het salon zijner moeder aan te treffen, toen hij het een uur na middernacht binnentrad. Hij had zich overtuigd gehouden, dat de kleine met smachtend verlangen op zijn komst zou wachten, al mocht die ook tot het aanbreken van den dageraad worden vertraagd.

\\ as hij iets anders gewoon ? De dames verwenden hem toch zoo uitermate, dat zijne aanspraken door de schoone aanbidsters zeiven tot arrogantie toe aangewakkerd werden. Ihans maakte hij zelf op het leeuwendeel van dwepende aanbidding aanspraak. — En het kleine heidekind wil opponeeren? Ja nu, men moet in dit geval met de vermoeienissen der reis rekening houden, welke zelfs het meest van liefde gloeiende hart kunnen tiranniseeren.

Het is toch tot haar eigen nadeel, als zij een paar uur langer op het wederzien wachten moet.

Sluiten