Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer effectvol dramatisch stak hij haar de handen toe.

„Erika!"

Zij verschrikt zoo geweldig, dat zij nauwelijks een zachten kreet onderdrukken kan. Een vurig rood stijgt naar hare wangen, een heerlijk gemengd gevoel van vreugde en verlegenheid verheldert haar bekoorlijk gezichtje.

„Joël welk een verrassing — ben je nu reeds hier?"

Hij houdt hare handen vast en buigt zich diep tot haar over. „Ja, ik ben reeds hier, kleine heidebloem! Ik bracht zonder eenige aarzeling een paar uur slaap ten offer, ik, die hem thans inderdaad zoo noodig heb, om je zoo spoedig mogelijk te kunnen begroeten, — maar jij, onbarmhartige Turandot, hadt gisterenavond geen tijd meer voor mij!"

Hoe verwijtend klonk zijn stem, hoe hartstochtelijk drukte hij hare handen in de zijne.

Erika was als versuft, hare verlegenheid nog grooter dan vroeger. Zij beproefde hare handen vrij te maken, te vergeefs. — „Gisterenavond? gisterennac/it bedoel je zeker, Joël, jij, die toch weten moest, dat de heidebloempjes de oogen sluiten, als de zon ondergaat!"

„Ook dan, als een vermetele makker de rooskleurige Erika geplukt en in den prachtigen, bonten tuin der groote wereld heeft overgeplant?"

„Dan heeft ze altijd nog tijd noodig, om aan die ontzettende verandering en beweging te gewennen!"

„Goed, laat dit de balsem van troost op de wonde zijn, welke de ontgoocheling van gisteren me geslagen heeft. Ihans wil ik je welkom heeten, duizendmaal welkom in mijn huis, dat je naar ik hoop lief en aangenaam worden zal, als je eigen!" Hij drukte hare handen beurtelings aan de lippen en legde een uitdrukking in zijn stem, welke haar hart deed beven.

De oude betoovering, welke allengskens haar kracht had verloren, omstrikte haar opnieuw en de verlegenheid van het oogenblik was te groot, om haar helder en scherp zooals anders te doen zien.

Sluiten