Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gejaagd, „een opvallende en interessante verschijning, ken je die?"

De aangesprokene haalde de schouders op. „Zij heelt reeds herhaaldelijk in een mijner loges gezeten, Mijnteer Eikhoff, maar wie de dame is, weet ik met. Een vreemdelinge moet zij in elk geval zijn, want de naam, waarmede de andere heeren haar noemen, klonk zeer wonderlijk, indien ik hem me maar herinneren kon ....

„Daphne? — zeiden zij wellicht Daphne?"

„Daphne! — juist, zoo was het!"

„Hoordet je nog iets van het gesprek.J

Jawel, de heeren stelden voor, gemeenschappelijk te gaan soupeeren. Daarop bracht de Mevrouw.... Mevrouw Daphne in het midden, dat zij dan eerst nog naar haar woning moest rijden en een bloedverwante, die bij haar gelogeerd was, afhalen.

Toen opperde de eene dame —: „Nu, laten we dan in een lokaal in de Potsdammerstraat gaan, of in het nieuwe Hotel op het Plein, dan behoeft de Barones niet zoo'n langen weg af te leggen!""

„Barones? — werd Daphne daarmee bedoeld .J

„Ik weet het niet, Mijnheer Eikhoff. Meer heb ik bij" de haast en het gedrang bepaald ook niet gehoord!

„Ik dank je! Ik dank je zeer! — De woorden Daphne en Potsdammerstraat zijn voldoende! — Goeden avond, oudje! — Bazuin mijn nieuwsgierigheid niet uit!"

„Verontrust u niet, waarde Heer —■ geen lettergreep...." Joël hoorde hem niet meer, hij wendde zich haastig weder tot den regisseur, en de beide heeren snelden met den stormpas door het reeds zeer leege trappenhuis.

Beneden in de vestibule bleef Joël plotseling staan en staarde met een zacht, triomfeerend „Ah charmant!" recht vóór zich uit.

Dicht bij het portaal stond Daphne.

Een witte fluweelen mantel, met vlokkig, wit bont afgezet en met goud gestikten schouderkraag, was achteloos om de slanke figuur geslagen. Een Spaansche

Sluiten