Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest en vernuft van het gezelschap schitterden, was een weinig ter zijde op een hoekdivan gaan zitten, om zich meer door lijdelijk opmerken, dan door deelname aan het ijverig heen en weêr bewegen te amuseeren.

Het viel haar op, hoe twee slanke blondinen, van wie de grootste een bijzonder goeden indruk maakte, zeer levendig achter hare waaiers fluisterden, hoe hare gaandeweg scherper en dreigender wordende blikken Joël Eikhoff vervolgden, als ware het een illustratie van het slechte gedrag, dat zij in den wispelturige afkeurden.

En vervolgens scheen hare belangstelling zich plotseling op den pleegbroeder van den gevierde te vestigen. Wigand stond in hoffelijk, naar het scheen zeer levendig en opgewekt onderhoud, naast twee oudere dames, voor wie hij — blijkbaar — zoo even aan het buffet de borden had gevuld.

Hij zag er even beminnelijk uit, als de jonge Eikhoff onbeminnelijk en geblaseerd, die de plichten van den gastheer heden geheel scheen te vergeten en voor alle dingen zijn eigen persoon als gevierd middelpunt zien wilde, waarom zich al de aanwezigen huldigend verdringen moesten. Wigand zocht het verzuimde op zijn stille, eenvoudige manier te herstellen. Hij overzag en ordende, hij fluisterde in, waar er iets niet in orde was, en trok zich vol ridderlijke dienstvaardigheid hen aan, die moeder en zoon Eikhoff in den roes van hun triomf niet zagen en vergaten.

Joël liep zooeven langs de pratenden en monsterde Landen met saamgeknepene oogen, daarop keek hij naar Erika, volmaakt alsof hij haar blik had gevoeld, en naderde haar, om zich zwaar steunend naast haar in de kussens te laten vallen.

„Nu, heidebloempje, verzamel je hier onder stille palmen en orchideën krachten voor nieuwe daden ? — Laat mij dan naast je uitrusten. Ik ben uitgeput als een overwinnaar na den slag en kom nu reeds tot de

Sluiten