Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroege overtuiging: „De laurier is een bitter blad, èn voor hem, die het mist, èn voor hem, die het bezit!""

„Zou het niet uitsluitend het residentiestof, hetwelk al die vele menschen opjagen, zijn, dat het den bitteren bijsmaak geeft?"

Hij keek glimlachend over de spreekster heen op het bonte, aan afwisseling rijke tooneel, dat zich in de salons opdeed. „Je bedoelt de moeite en verplichting, welke mij de lauweren opleggen? — Je ziet ik maak het me zeer gemakkelijk en laat de goede mama en den braven Wigand al de buigingen en complimenten maken, waarop de wierook strooiende menigte als tegenbeleefdheid aanspraak maakt. — Wat doet die nauwgezette Wigand alles aangrijpend netjes!"—de lippen van den spreker plooiden zich tot een ironischen glimlach, — daar heeft hij zelfs de echtgenooten van twee personen, die bij het tooneel behooren, die eigenlijk slechts als een onvermijdelijk kwaad op den koop meegenomen moesten worden, tot voorwerp zijner teedere attenties gemaakt. — Kostelijk! Ik geloof, dat hij volstrekt niet vermoedt, voor wie hij zulke eerbiedige buigingen maakt en dat hij een kleine beroerte zal krijgen van verbazing, als de vroegere balletdanseres hem een kleine grap uit haar leven ten beste geeft! — Nu, wij zullen den kuischen Jozef den schat zijner ervaringen laten verrijken!" Joël geeuwde ongeneerd en liet zich nog gemakkelijker in de kussens zinken, zijn blik monsterde andermaal de gestalte van den besprokene. „Hoe vindt je toch zijn metamorphose, kleine meesteres? Hij heeft zich ongeloofelijk uit zijn duffelschen jas gescheurd! —- Ik wed, dat de rok nagelnieuw is, en zij zit hem zelfs zeer fatsoenlijk. Ik moet toch later eens aan de weet zien te komen, waar hij ze gekocht heeft. Eigenlijk had ik hem op de „Gouden Honderdtien" getaxeerd, ik wilde desnoods van avond een paar grappen met hem hebben — doch.... men ziet, de beschaving heeft dezen keer

Sluiten