Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan wie het noodig was je te presenteeren, heeft

mama gezorgd!" .

„Wie zijn die blonde zusters, met wie \\ ïgand aan één tafeltje soupeerde? Aan die ben ik ook nog niet voorgesteld."

Joel legde de hand ietwat dictatorisch op den arm der spreekster. „Dat ontbrak er nog maar aan, dat je, als bloedverwante van een Joel Eikhoff, bij die arrogante juffers rondloopt en haar goeden dag zegt! Die kunnen bij jou komên. — 't Zijn trouwens geen zusters, — hoogstens zusters in Apollo. Herken je ze niet? De grootste zong de partij van Marietje, de andere die van Suze. — Ik geloof, dat de naieve meisjes zich ingebeeld hebben, dat ik ieder van haar heden avond een huwelijksaanzoek moet doen."

„Ken je ze het recht tot dergelijke stoute verwachtingen toe?"

„Lieve, goede Wigand, — wat geeft toch ooit recht tot illusies, welke zich verliefde harten scheppen! — Ah, men schijnt Erika inderdaad te willen komen aanspreken. Eh Bien! dan zal ik maar weer eens naar

de Dorpslurley omzien."

De beide zangeressen traden zeer vroolijk en aanminnig op Wigand toe, om hem op nieuw in een gesprek te wikkelen, en Joël maakte van dit oogenblik gebruik, om zich heel dicht tot Erika's oor over te buigen en lachende te zeggen: „Wil je met me koketteeren, heidekind? Je bent koel en gemelijk preutsch als de sneeuwvlokken buiten, welke ijverzuchtig op de vlammen zijn, welke thans om me flikkeren. Wees voorzichtig, tot nog toe speelde niemand ongestraft met het vuur, en wat dan, als je in den lieven oorlog, welken je me verklaart, volkomen overwonnen wordt?"

Hij lachte andermaal met een betooverenden blik. „Roosje weerde zich en stak, hielp haar toch geen wee en ach . . . ." Xot weerzien, Roosje van de heide!

„Je spreekt in raadselen, Joël!" voegde Erika hem

19

Sluiten