Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeven. Daarop sloop ook in onze nieuwe stukken de cynische trek der i9de eeuw binnen, schier onmerkbaar werd de verhevene Muze verdrongen, en wie zich nu toch geabonneerd had, moest herhaaldelijk meer stukken zien en hooren, welke hij vrijwillig niet voor een bezoek zou gekozen hebben. Men went aan alles. Ook het leelijke verliest mettertijd het terugstootende, als oog en oor er al te dikwijls mede in aanraking komen. Allengs doken de aanvankelijk ontbrekende schouwburgbezoekers in de realistische stukken weder op; wat hun aanvankelijk tegenstond, werd hun een onaangename, maar niet te vermijden toegift, werd hun mettertijd iets dat vanzelf sprak. Thans ziet men jonge meisjes, fatsoenlijke vrouwen, de ernstigste mannen zonder eenig bezwaar bij de beruchtste stukken zitten. Men triomfeert en beweert, dat het juist de algemeene richting van den smaak des tijds is!"

„Ik stem het u volkomen toe! Met alleen de op zichzelf staande kan door een slecht voorbeeld bedorven worden, ook geheele maatschappelijke kringen, geheele natiën bezwijken er voor. En zij, die dergelijke beelden zonder schroom ontblooten, en daardoor slechts een onnoemlijk klein gedeelte afschrikken, maar de onontwikkelde, ruwe menigte op een dwaalspoor leiden, noemen zich: door God begenadigde kunstenaars!

Juffrouw Malva schudde met een ironischen glimlach

het schoone hoofd.

„Ik geloof niet, dat die soort van voortbrengers aan den titel van „door God begenadigden" eenige de minste waarde hecht. De kunst is in de oogen eener „verlichte" meerderheid, die geen God meer erkent, eenvoudig een broodwinning, zooals elke andere.

„Eén ding nog, waarde dame. Gij spraakt \an de gestalten van „edele vrouwen en zedelijk gestrenge mannen!" — hoe is het mogelijk onder honderden, die op een afstand zitten, met wie gij nooit een woord wisseldet, die gij eenvoudig door het aanschouwen

Sluiten