Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat een met stroo omvlochten wijnflesch, naast den divan in het netwerk van ranken hangt een mandoline, — de roode fez is op de met mos bedekte bank in het heerlijkste, donkerste hoekje blijven liggen.

Het bloed stijgt Joël verhit naar de slapen, als met Sirenenarmen omstrikt hem de balsemachtige, droomerige adem, welke door dit tooverrijk waait.

En verder.

Eindelijk een salon, dat eenigszins aan de werkelijkheid herinnert en toch eigenaardig genoeg werkt. Vuurroode zijden behangsels bedekken helder schitterend de wanden, vuurroode zijden gordijnen en portières verbergen ramen en deuren. Het electrisch licht brandt achter vuurkleurig glas. Vurig schel bedekt het purperkleurig tapijt den grond, en de meubelen, stoelen, divans en zelfs de kleine tafel zijn met vuurroode zijde overtrokken.

Een reusachtig groote schoorsteen neemt bijna den halven achterwand in beslag. Een vuur brandt daarin achter geslepen rood glas, door spiegels teruggekaatst, zoodat men onwillekeurig naar een Briinhilde zoekt, die in deze tooverende vlammen den tooverslaap slaapt. Vóór den schoorsteen krommen zich kleine kabouters in het bloedkleurig ornaat der onderwereld en rondom, waarheen men ook den blik wendt, kruipt, knielt, staat en sluipt dat kleine volk rond, hier een tafeltje dragende, ginds als voetbank dienstdoende, daar een bouquet vuurleliën in de hoogte houdende, hier tusschen de plooien der zijden gordijnen doorglurende, aan den overkant een paar harten op een klein aanbeeld aan elkander smedende.

Joël heeft reeds de inrichting van vele kamers gezien, maar zoo eene als deze nog niet. Wanneer volgens het oordeel der kenners van kleuren de roode kleur opwekkend en tot hartstocht prikkelend op de zinnen werkt, moest een langer verblijf in dit rijk van gloed en vlammen het bloed aan het koken brengen.

En nog een deur verder.

Sluiten