Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft de eene of andere overmoedige ziel, die mijn groote ingenomenheid met de muziek der Dorpslurley kende, zich de aardigheid veroorloofd, u buiten mijn weten en vermoeden, als „veijaarsverrassing" uit te noodigen ?"

Hij hield haar hand vast en trok die langzaam, met een diepen blik, aan de lippen. Een schier plagende trek vormde zich om zijn mond.

Geen misverstand, geen vergissing en geen scherts, goddelijke Daphne! Gij zelve, deze blanke, bekoorlijkste aller handen schonken mij schriftelijk het recht, heden avond aan uwe voeten de wereld te mogen vergeten!"

Zij trachtte blozende haar hand los te maken. „Is het in dezen spiritistischen tijd wellicht mogelijk, de geheimste wenschen en gedachten van een medium door haar zelf op het papier te laten brengen? Heb ik gedurende een schoonen droom per pen en inkt om u geroepen en heeft eene van deze duiven onbescheiden het briefje „in 't bekje" genomen, om zich op uw voet te zetten?"

Wederom schudde hij, als in de beschouwing van haar verzonken, het hoofd. Zacht, glimlachende reciteerde hij:

„Ik ben Daphne, de Duitsche vrouw, door menige schranderheid onder de menschen bekend, en mijn roem bereikt den hemel! Brandenburgs zandige grond is mijn vaderland! Daarin ligt Berlijn! De Potsdammerstraat kent mij. In numero driehonderd en negen vond ik woning, links, één trap hoog."

Zij had luisterend het hoofd opgeheven, sprong uit haar stoel op en drukte met voorovergebogen bovenlijf de kleine handen tegen de slapen. Het witte zijden floers omsloot hare slanke gestalte, met betooverende bevalligheid stak zij tegen het schelroode voorhangsel der zijdeur af.-

Diep ademhalende, glimlachende als in den droom brandden hare donkere oogen al vuriger en vuriger in de zijne. Haar gansche wezen en zijn was kunst,

Sluiten