Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zacht, bevallig, als een verschijning uit een hoogere, verwijderde wereld, zweefde de jonge vrouw door haar zonderling wonderrijk.

Baronesse von Galavera was een oude, zeer corpulente dame, met sterk vergrijsd haar, welwillende, ietwat stompe en lustelooze gelaatstrekken, en zooals het ontwijfelbaar scheen, van dien gezonden, practischen zin, welke aan de zoo ideaal en in elk opzicht origineel aangelegde Daphne ontbrak.

Op haar maakte het over het geheel niet zulk een bezielend effect als op al de andere menschen, Joël Eikhoff, den componist der Dorpslurley, vóór zich te zien.

Zij reikte hem met een vriendelijke neiging van het hoofd de vleezige hand tot een kus en dreigde hem tegelijkertijd met den waaier. „Wat hebt gij, afschuwelijk mensch, uitgevoerd! Allen menschen met uw muziek het hoofd op hol te brengen. Is dat in orde? — Niets, niets meer, dan melodieën uit de Dorpslurley! Ik beef reeds voor al de concerten van het eerstvolgend seizoen, en als de muziekhandelaar eerstdaags een paar centenaar muziek in onze woning zendt, trek ik naar de logeerkamer, tot welke Daphne's vleugel niet doordringt."

„Ik ben wanhopend, der Barones het leven zoo verbitterd te hebben, maar zeer dankbaar voor de aangename openbaring, dat Mevrouw uw zwagerin de muziek beoefent."

„Gij hoort, Maëstro, dat Giulia voor het genot van die oefeningen de vlucht neemt."

„Dan dweept de Barones zeker niet met muziek!"

„Niet in modernen zin. Ik ben al te zeer Italiaansche, oppervlakkige, trage Italiaansche, om van de zware Duitsche muziek verstand te hebben. Uw „Wagner is vreeselijk voor me, onder „Rheingold" ben ik in slaap gevallen, en indien de eene reus den andere niet met een verschrikkelijken paukenslag had doodgeslagen, dan sliep ik zeker op het oogenblik nog."

„Heb medelijden met me, waarde Barones! Critiseer ook de Dorpslurley niet!"

Sluiten