Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voorloopig heb ik uw opera nog niet gehoord, ik heb me alleen verschrikkelijk geërgerd, dat ik na uw première de kleine Mevrouw tot 's nachts twee uur in een restaurant moest vergezellen, waar met uw muziek werd gedweept op een manier, dat men wel opponeeren moest, om de overspannene dames op onze nuchtere wereld te houden. Nu denk ik er in de verste verte niet aan naar de opera te gaan, om ten spot van de jeugd ook nog in vuur te geraken — ik heb te slechte voorbeelden beleefd en veel te veel er over geredeneerd, om nu nog zoete broodjes te kunnen bakken."

„Alleen den componist hebt gij vijandschap gezworen, waarde dame —" Joël kuste zeer nadrukkelijk de hand der spreekster, wier rond gezicht blonk als de lieve, goede maan, al joegen hare woorden daar ook nog zulke duistere wolkenschaduwen voor, „den onbesproken onderdaan Joël Eikhoff ontzegt gij naar ik hoop de gunst niet, welke hem zoo overgelukkig zou maken."

„Daar uwe gevaarlijke oogen zelfs grijze haren niet ontzien, kunt gij daarvan verzekerd zijn," zeide zij lachende, „'t is ook geen overdadige wTeelde, om mijne gunst te werven, want mijn rijk is in dit huis het bevallige proza, en wie door het luisteren naar Daphne's verzen en liederen hongerig geworden is, die komt dubbel gaarne naar mijn tafeltje-dek-je!"

„Laat mij stamgast daaraan worden, Barones, gij zult aan mijn eetlust meer vreugde beleven, dan aan mijne melodieën! Doch pardon, — als ik terugkrabbel — " hij wierp een gloeienden blik op Daphne, die juist een paar rozen uit zijn bouquet nam, om ze in het oog loopend op de borst te steken, „gij spraakt van de verzen en liederen van Mevrouw uw schoonzuster, — dicht de Barones ook?"

Mejuffrouw Giulia lachte nog meer. „Weet gij dat nog niet? Merktet gij het ook niet op, toen gij dit rijk der sprookjes betradt, dat toch alleen een dichterlijke fantasie uitdenken kan? — Gode zij dank, dat gij van

Sluiten