Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewaad als uit een sprookje temidden van roodgloeiende, verlokkende, vonken spattende pracht. Zoo moet Siegfrieds hart in de borst gehamerd hebben, toen hij Brunhilde met krachtigen arm in den blakerenden gloed omklemde.

En toch werd een dergelijk gevoel op dit oogenblik door een ander belang teruggedrongen. Hij was haar gevolgd en stond naast haar bij den schoorsteen.

„Barones," zeide hij zacht, met eigenaardig vorschenden blik, „zooeven hebt gij mij gevraagd en ik heb u geantwoord, mag ik thans de rollen eens omkeeren, wilt gij ook voor mij een eerlijke biecht afleggen?"

De vuurgloed wierp voortdurend een onzeker licht over haar gelaat, doch het kwam hem voor dat haar kopje zenuwachtig schokte.

„Vraag!" zeide zij daarop haastig toestemmend knikkende.

„Gij hebt reeds vroeger van mij gehoord en ook mij bij naam gekend?"

Een toestemmende beweging met de hand, de vonken spatten helder op onder den pook.

Hij trad nog een schrede nader. „Waart gij toenmaals reeds zoo vriendelijk en welwillend belang in mij te stellen?"

Zij wierp den pook neder en haalde diep adem. „Ja, waarom zou mij de geboeide adelaar der kunst geen belangstelling inboezemen?"

Zijn oog bliksemde, schier onstuimig klonk het van zijne lippen: „En gij dicht? gij schrijft, Barones?"

Verrast, onthutst talmde zij met haar antwoord. „Waartoe zou ik loochenen, wat de gansche wereld weet," fluisterde zij, „en waarom vraagt gij daarnaar?"

„Schrijft gij onder uw eigen naam?" vroeg hij dringend met ingehouden adem.

Wederom draalde zij. „Ja en neen, al nadat mijn

luim het mij ingeeft. Maar ik verzoek u dringend, —

waarom interesseert u dat?"

„Waarom het me interesseert?" Een rood bedekte

Sluiten