Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bravo, bravo!"

„Mijn waarde Mevrouw de Handelsraad, — geef als ik u verzoeken mag, den ongelukkige wat ijs in zijn glas, anders verbrandt hem de inwendige gloed onzer oogen als een hostie."

„Ja, ijs!" riep de Vaandrig toestemmend knikkende met een zweem van heldhaftigheid. „Ik heb mijn leven lang nooit eenigen drank zonder ijs gebruikt."

„Bliksems —" riep de Doctor vergenoegd uit, „dan heeft je min zeker ook op ijs gelegen!"

Uitbundig gelach. De Vaandrig glimlachte verstrooid, stond op en tikte tegen zijn glas.

„Om Gods wil, stilte! Hij zal spreken!"

„Heeren en Dames!" begon de jonge krijgsman en stak de hand vóór de borst in de uniform, evenals

Napoleon vóór Waterloo. „Voorheen ik veroorloof

me u te herinneren —" zijn stem sloeg door en werd zwakker, — „aan het plechtig oogenblik —" hij snikte aangedaan luide en zijn gelaat drukte diepen weemoed uit, „toen in het salon, dat uitzicht geeft op de Adriatische zee —" een vernieuwd luid snikken, de stem begaf hem een oogenblik, maar de Doctor vervolgde in zijne plaats met krachtige stem: „een met kant omzoomde zakdoek en een portie verstand verloren werd! — Lang leve de eerlijke vinder ! hoera! hoera!"

Stormachtig gejubel. Een eenstemmig hoera.

De Vaandrig evenwel zonk als verpletterd door inwendige smart in den arm van een medelijdend redder en waggelde uit de eetzaal.

„— en ros en ruiter zag men nimmer weder!" mompelde de Doctor weemoedig.

En gaandeweg bontere luchtbellen bruisten in den beker der vroolijkheid op. De klappistaches weerklonken met scherpen knal daartusschenin, een bepaald geregeld peletonvuur op een slagveld, waar de zwaarste verwondingen evenwel aan pijl en boog te danken zijn.

En de goudgevederde pijlen snorden onzichtbaar her- en derwaarts, troffen en hechtten zich met niet

Sluiten