Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Malia - ! Zeker heeft iemand een grap willen uithalen!" En den brief haastig omslaande, wendde hij zich bijna brusk tot Erika: „Hadt je misschien de onderteekening of den poststempel reeds gelezen?"

Ten hoogste ontsteld schudde Erika het kopje. „Ik zag alleen, dat de brief uit het buitenland kwam."

„Buitenland, belachelijk! Men heeft er een valsch postzegel opgeplakt en hem hier in onze brievenbus geworpen."

Joel streek met den zakdoek over het voorhoofd, zijn eerst zoo lijkachtig gezicht gloeide, de droppelen zweet parelden onder het golvend haar. Een trek van bitteren toorn plooide zijne lippen. „Dat die brief ook

juist in je handen moest vallen! Hm ik verzoek

je, Erika,, je nimmer een lettergreep over zijn krankzinnigen inhoud te laten ontvallen, hoor je? nimmer!" Zijne oogen bliksemden dreigend op haar neder, hij stopte den brief in den zak en was van plan, de kamer te verlaten.

Het jonge meisje bleef roerloos staan. Haar frisch gelaat werd beurtelings bleek en rood, met wijdgeopende oog-en, als zag zij plotseling iets afgrijselijks, iets verrassend onbegrijpelijks, staarde zij vóór zich uit.

Door Joëls ruwe en ongemanierde handelwijze geprikkeld, trad Wigand hem met opgetrokken wenkbrauwen in den weg. „Ben je krankzinnig geworden, Joel ,J vroeg hij kortaf, maar de componist der DorpsJurley duwde hem op zijde. „Krankzinnig! — bij God, ik geloof, dat ik er niet ver van af ben —- mijne zenuwen zijn onberekenbaar — ik bid je, laat me!" en hij drong hem ongeduldig ter zijde, om achter de deur te verdwijnen.

Wigand stond aan Erika's zijde.

„Wat moest dit tooneel beteekenen, lieve cousine? Kun je je die zonderlinge houding van Joël verklaren ?"

Zij haalde diep adem en streek langzaam met de hand over het voorhoofd en de oogen. „Ik vrees,

Sluiten