Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermaakt en geprikkeld hebben, doch Wigand had geen kennis van scherts en plagerijen, welke een uitspattend leven bij de jonge residentiebewoners volkomen natuurlijk vinden.

Zij sloeg de handen ineen van verbazing, dat hij geen der lokalen kende, welke toch anders de jeunesse dorée der groote stad pleegt te bezoeken!

„Nu, gij zult toch hier en daar wel eens kaart spelen?" — vroeg zij lachende met schitterenden blik.

Landen ontkende zeer koel en antwoordde, dat hij zijn leven lang niet gespeeld had en ook nimmer spelen zou; daar hij geen kapitaal te verspelen had, hield hij het voor oneerlijk er een te willen winnen.

Zij glimlachte zeer ironisch, maar verzekerde, dat zij die zelfbeheersching hoogelijk bewonderde. Daarop scheen zij evenwel alle belangstelling in den solieden landjonker met zijne boersche manieren verloren te hebben, zij verwaardigde zich niet hem verder aan te spreken, en Wigand vermeed hare nabijheid, zooals men een omweg maakt, om niet op een slang te trappen.

Thans stond hij in de zaaldeur en keek, verlucht ademhalende, over de vergenoegde en zich amuseerende menigte, toen zijn blik plotseling Erika trof.

Het was pauze van den dans, ververschingen werden rondgediend en een glas sect van een bediende aannemende, trad hij aan hare zijde.

„Hoe goed, dat je voor het oogenblik niet in beslag genomen bent!" zeide hij, vroolijk glimlachende: „laat me een poosje aan je zijde uitrusten! Ginds in den erker is een gezellig hoekje! Sta me toe, dat ik je er heen leid."

„Ik heb reeds dikwijls gezien, dat je de dansers afweest, Erikalief, —■ vindt je er geen vermaak in, onder de jeugd rond te draaien?"

„Neen, — het dansen berooft me van de schoonste en interessantste waarnemingen, daarom heb ik het heden afgezworen!"

Sluiten