Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarnemingen?" hij lachte. „Is het mogelijk, dat men hier iets kluchtigs, treurigs of gevoelvols waarnemen kan?"

„Dat zou ik meenen."

„Wat? ik bid je, zeg me eens eerlijk: — wat? Ik hoor daar zooveel van spreken, dat de menschen in gezelschappen zooveel opmerken, — het moet toch wel een bijzonder talent zijn, want hoe ingespannen ik ook rondgekeken heb — iets interessants heb ik

niet opgemerkt." .

Zij schikte met een vergenoegd gezichtje detuiltjes kunstmatig heidekruid op haar wit tulenkleed in orde. „Ja, het is zeker een talent, en wel zulk een, dat de orgeldraaier opheldert: „Aan het draaien ligt het. Hier ligt hfet aan het zien. — Indien je tien minuten vroeger waart gekomen, zou ik je een allerliefste kleine scene ad oculos hebben kunnen laten zien!"

„Welk eene? — als 't je blieft vertel!"

„Ik wilde voor eene der jonge dames, die haar toilet bij het dansen had gescheurd, gauw een paar spelden halen en moest daarvoor den corridor passeeren. De deur naar de kamer, waarin de heeren zich van hun goed hadden ontdaan, stond open, ik wilde ze in het voorbijgaan sluiten, toen zag ik een zeer origineel tooneel. Vóór den spiegel stond de jonge marinegeestelijke, die als gast zijner moeder, de Majoorsweduwe, heden avond mede bij ons werd genoodigd.

Hij stond, had een schitterenden infanteriehelm in de hand, hief hem in de hoogte en drukte hem op het hoofd. Daarop bekeek hij zijn beeld in den spiegel, rekte zich fier uit, maakte de beweging, alsof hij zijn knevel wilde strijken — zette den arm in de zijde en zag er zoo overgelukkig uit —"

Landen proest in een hartelijk, goedig gelach uit. „Prachtig! dat is inderdaad een zuiver blijspel!"

„Blijspel?" Erika schudde weemoedig het kopje: „zoo schijnt het alleen op den eersten blik. Ook ik meende in het eerste oogenblik, dat de jonge prediker

Sluiten