Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich een onschuldige aardigheid veroorloofde, doch ik talmde met verder te gaan, toen ik plotseling een diepen, diepen zucht tot me hoorde doordringen. De stralende glimlach was van het gelaat van den jongen man verdwenen, hij had den helm weder afgenomen en hield hem in de hand. Zijn gelaat boog er zich over heen, het zag er zeer bleek uit. ■— Wat evenwel de oogen spraken, welke met een smartelijk langen blik het blinkende, krijgshaftige hoofdsieraad beschouwden — dat.... is alleen in een kleine geschiedenis te vertellen."

Wigand keek geroerd in het liefelijke meisjesgezicht, dat met nadenkend groote oogen tot hem opkeek.

„Begreep je de geschiedenis?" vroeg hij zacht.

Zij knikte. „Een oude, eeuwig nieuwe geschiedenis. Ik zag den flinken, overmoedig vermetelen, stijven soldatenjongen vóór me. Hij had in zijn leven niets schooners gekend dan 's vaders fraaie uniform. „Als ik eerst maar soldaat ben!" — dat was het toppunt van al zijne voorstellingen van het hoogste geluk. —• En toen kwam de oorlog. Toen de vader zich gereed maakte om afscheid te nemen en zijn snikkende vrouw aan de borst drukte, hield de jongen den helm vast. Hij kuste hem met stralende oogen: „Als ik eerst maar soldaat ben, dan trek ik ook ten strijde!" riep hij met bliksemende oogen. En toen de vader hem op den arm hief, zette hij hem jubelend, zooals hij steeds had gedaan, als papa naar de kazerne ging —■ den helm op het hoofd. „Als gij terugkomt, brengt gij er me ook een meê! Gij weet toch, dat ik er zoo dolgraag een wou hebben, — een werkelijken, echten, geen ellendig ding van karton!" — — Maar de vader keerde niet terug, en de knaap ontving geen helm op het Kerstfeest. De arme officiersweduwe had geen geld voor nuttelooze zaken. En toen hij van de school was ontslagen en 's avonds alleen met zijn moedertje op de sofa zat — toen vroeg zij hem: „wat wil je nu worden, kind?" — de smeekende oogen ontmoetten

Sluiten