Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Hemel, wat heb jij voor bijzondere oogen! De goeie God moet ze zeker geheel anders gevormd hebben, dan de mijne! Valt je ook omtrent dezen held een novelle in?"

„O ja! als men zijn echtgenoote aanziet—met dien scherp saamgeknepen mond en die snibbige oogen, en als men aan den nagelnieuwen rok denkt, welken papaatje ongetwijfeld heel in het geheim zelf zal uitwasschen — — maar de pauze is om, Wigand! de jonge dames kijken zeker reeds naar de klok."

„Dan verzoek ik je dringend om dezen extratour, Erika."

„In aanmerking genomen, dat wij in Ellerndörp toch geen geschikte gelegenheid voor een wals zullen hebben" — zij stond op en legde andermaal haar hand op zijn arm.

Hij bleef nog een oogenblik aarzelend staan, en keek haar met een van geluk stralenden glimlach in de oogen.

„Erika!" fluisterde hij gevoelig, „weet je wel, dat het een groote onderscheiding voor me is, daar je reeds zoovele heeren hebt afgewezen? Vrees je niet, de anderen te beleedigen?"

Zij lachte schier overmoedig. „Neen! want geen van de heeren zal het der opmerking waard achten, dat ik dans! Zie die vermoeide, verslapene gezichten! Ik geloof, dat de jonge cavaliers der residentie het gedurende den saison tot de werken van barmhartigheid rekenen, als een meisje hun „den arbeid" bespaart!"

Zij dansten. Hoe liefelijk klonken en golfden de tonen der walsmuziek — hoe vast en zeker hield zijn arm haar omvat. Er is toch iets tooverachtigs in zulk een krachtigen, gespierden mannenarm.

Jammer, dat Wigand de akelige, mismakende mode van den rok nog huldigen moet! De heeren zien er allen zoo spiegelblank en schoon gestreken uit, alsof zij gedurende den nacht, in gesatineerd papier gewikkeld, in de latafel lagen. Men kan zich volstrekt niet voorstellen, dat zij als mannen iets verrichten en arbeiden

Sluiten