Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben zeer benieuwd in hoever het bericht in de „Gazetta Venezia" bevestigd wordt," zeide de Professor, welgevallig zijn glas ijslimonade slurpende. „Wanneer de Maestro Conzane inderdaad een nieuw genie uit de heffe van het volk opgraaft en in zijn enthusiasme niet te veel profeteert, dan kunnen wij een tweeden Paganini verwachten."

„Reken er maar op, dat die hoop ijdel zal blijken te zijn. Conzane schrijft toch zelf, dat de man nu reeds zoozeer aan de dronkenschap verslaafd is, dat daardoor het persoonlijk optreden in concerten onmogelijk wordt gemaakt."

Joël was veranderd van kleur. Hij zag er doodsbleek uit, en de hand, welke bedaard de sigarette aan de lippen bracht, beefde. „Van welk een nieuw ontdekt genie spreekt gij, waarde Professor?" bracht hij met ietwat rauw klinkende stem er uit.

De kapelmeester zeide lachende: „Van een leelijk jong couranten-„eendje", dat zich zeker nimmer tot zwaan der waarheid ontwikkelt."

„Daarvoor is mij Conzane een veel te vertrouwbaar zegsman. Ik ken hem persoonlijk en weet, dat men zich op zijne mededeelingen kan verlaten.

„Betreft het een nieuw Italiaansch wonderkind?" — vroeg Joël onverschillig, maar zijn blik vlamde daarbij.

„Hebt gij de jongste muziekcouranten niet gelezen, waarde Eikhoff ? Het bericht doet toch reeds de ronde door alle kolommen. Neen? Welnu, hoor dan. Conzane heeft onlangs, bij gelegenheid van een verblijf in Griekenland, in de 'nabijheid van Patras een jongen wijnbergarbeider ontdekt, dien hij als een wonder van een violist en als nog verbazingwekkender componistje beschrijft. -- Deze buitengewone kunstenaarsverschijning wekt zijn volle belangstelling en hij geeft zich moeite om den man, die in het gewone leven een halve idioot is, doch in den roes zijner dronkenschap de wonderbaarste en verhevenste muzikale scheppingen voortbrengt, voor de wereld toegankelijk te maken. Ilij

24

Sluiten