Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen kwam Mevrouw Elly weêr bij. Langzaam richtte zij zich op. „Ik heb het reeds sinds lang zien aankomen, en nu doet het me toch zoo zeer ontstellen door de verrassing —" zeide zij diep ademhalende, terwijl zij zich met bewonderenswaardige zelfbeheersching in den toestand schikte: „Ik ben geheel buiten mezelve — ik beloofde Mevrouw Koltitz over Erika te waken — en nu ontstelt me de heimelijke liefdesbetrekking, welke zij achter mijn rug aangeknoopt —"

Met fonkelenden blik trad Wigand naast de spreekster.

„Ik verzoek u, mijn cousine niet meer te beleedigen," viel hij haar met van toorn trillende stem in de rede. „Tusschen Erika en Mister Smith is nooit een woord gewisseld, waarvan ik geen getuige was!"

„Zoo? — inderdaad?—" zeide Mevrouw Elly honend met roode vlekken op de wangen: „hoe komt het dan, dat het lieve meisje haar aanbidder met zijn huwelijksaanvraag zelf tot me zendt?"

„Ook dat gesprek hoorde ik aan, tante, en moetu, helaas ! antwoorden, dat Erika Mister Smith tot u zond in de overtuiging, dat zijn huwelijksaanvraag u gelden zou!"

„Mij! — mij!!" — en Mevrouw de Geheimraad brak in een krampachtig gelach uit: „dat is prachtig ! —

O, welk een smaad — welk een hoon— Joel

het is wraakneming van haar...." een nieuwe aanval van onmacht brak den uitval van hartstocht af, doch Wigand vatte Erika's sidderende hand en leidde de halfversufte de kamer uit. Mister Smith volgde.

„Thans sterft zij weder!" zeide hij, „mag ik verzoeken. Miss Erika, te zenden mij haar antwoord in mijn Hotel."

Hij ontving geen antwoord, Landen leidde de weenende ijlings de trap op.

„Pak, als ik je verzoeken mag, terstond je koffer, Erikalief, — de eerstvolgende trein moet ons huiswaarts brengen, 't Is God geklaagd, toch nog zóó, als ik altijd heb gevreesd."

Sluiten