Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat zij vertrekken.

Verduiveld, wil dan het touwtje volstrekt niet losgaan? de jonge man neemt zijn sigarenmesje en snijdt den knoop met zenuwachtige opgewondenheid door. Een klein étui van wit ivoor. Snippers van een verscheurden brief. — Zijn eigen schrift? — Hoe? de Dorpslurley zendt hem de broche met brillanten terug? -- zijn charmant brieQe werpt zij hem in snippers vóór de voeten? Welk een onuitstaanbare geringschatting!

Een halfluide vloek klinkt sissend van zijne lippen, hij slingert het juweelkistje op de tafel. „Onnoozele, verdoemde gans!" — knarste hij, en vervolgens loopt hij met groote schreden in de kamer op en neder. Eindelijk blijft hij staan en grijpt andermaal naar het sieraad. Een scherpe glimlach plooit zijne lippen. „Goed, bewaren wij deze steentjes voor een beter doel! zoodra mijn verloving in de courant staat, is de vriendschap met de Lurley toch ten einde. Wat zou het ook nog? — Of ze de rol goed of slecht zingt? Zij benadeelt zichzelve, — de opera doet zij geen afbreuk meer. De depêchen berichten toch uit alle groote steden het eminente succes."

Hij sloot het sieraad in zijn diplomatentafel, rekte geeuwend de armen uit en trad zijn slaapkamer binnen, om de verzuimde nachtelijke uren thans nog in te halen. Zijn verslapen gezicht weerspiegelde zich bij het voorbijgaan in het geslepen glas. Joel staarde zichzelven verbaasd aan. Hoe oud, hoe ontzettend oud! Ook dat nog? Zijn schoonheid waarborgt zijn leven, hij kan niet bestaan zonder haar. De Friseur raadde hem onlangs reeds „ietwat jeugdiger teint" aan, op nog geen dertigjarigen leeftijd! Maar wat helpt het.-1 Het middel, dat de arts voorschrijft: „een solied leven" smaakt hem niet, hij grijpt liever naar dat van den kapper.

De volgende dag was een zonnige, uitmuntend heldere winterdag. De sneeuw lag hoog en vast, vele

Sluiten