Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander toestel brengt groote takken met bladeren in beweging. Wil ik overmoedig dolle liefdetooneelen uitdenken, dan moet ik een wilde, vurige muziek hooren, welke een jong kunstenaar achter een zijden gordijn aan het klavier ontlokt, heb ik zwoele, giftigzoete liefdezonden noodig, dan moet een bedwelmende geur mijne zinnen bijna verdooven en vurige wijn mijn bloed doen bruisen, — kortom, waarde Eikhoff, het is niet zoo gemakkelijk schrijfster te zijn, als gij u dat zeker voorstelt! — Mijn ganschehuishouden draait om de bevallige vleugelbewegingen mijner Muze. — Wilt gij me dus absoluut eens overdag — voor zes uur — spreken, meld het me dan vooruit, anders kan ik er niet voor instaan, dat gij mijn deur open vindt.

Dat had Joel gedaan, en heden verwachtte Daphne zijn bezoek.

De bediende zeide wel: „Mevrouw de Barones is op het oogenblik aan den arbeid, doch ik heb in last, Mijnheer onaangediend binnen te laten!"

Reeds door de deur klonk hem een zachte, volle altstem tegen.

Op de teenen gleed de bediende door de Acropoliskamer en schoof langzaam de plooien der portière naar den rozentuin weg.

Joël trad zonder geraas te maken binnen.

Onder de bloeiende struiken, terwijl het door de vensters binnenstroomende licht door helblauwe zijden gordijnen in zilverkleurig maanlicht werd veranderd, lag Daphne op de met mos bedekte bank en hield de luit in den ontblooten arm. Zij was in een wit kasjemir gewaad, dat, naar het Grieksche model, hals en armen vrij liet en in zachte plooien zoo harmonisch om het lichaam sloot, als gold het een schoon beeld voor te stellen. Een fijne sluier viel van den voorhoofdband over de gansche gestalte neder, en aan de bovenarmen schitterden breede gouden braceletten.

Vóór haar, op een tak, zat een allerliefst vogeltje, dat op en neder wipte, sierlijk heen en weder sprong

Sluiten