Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet haar huwen wilde, en daarom verbrak zij nog bijtijds deze verloving en koestert sinds dien tijd een rechtmatig wantrouwen tegen mannen, die hun hart en hand aan hare voeten leggen! — Nu, ik hoop, dat ik ze in het tegenwoordige geval tot betere gedachten kan brengen!" — De oogen van den Doctor rustten scherp onderzoekend op het opgewonden gelaat van den man tegenover hem. „Gij zijt toch zelf in die mate met aardsche goederen gezegend en hebt in uwe werken zulke onuitputtelijke goudmijnen, dat gij zeker in het laatste geval op de huwelijksgift eener vrouw behoeft te zien."

Joel maakte een heftige beweging met de hand. „Al ware Daphne ook de armste van alle vrouwen, dan zou ik haar toch beminnen en om hare hand aanzoek doen. Het geld bekoort geen man, die het in overvloed bezit en verdient, daarvan moest zij toch overtuigd zijn."

Vahlbrecht haalde andermaal de schouders op. „Zij moest, ja, wat moesten vrouwen menigmaal doen en doen het toch niet. Nu zal zij krampachtig tranen storten, en de handen wringen en alle orakels der wereld raadplegen: „Bemint hij mij of mijn geld?" — Ik zal ook een van die orakels zijn — en ik mag haar dan zeker wel naar waarheid verzekeren, dat gij Daphne, alleen de lieve, goddelijke Daphne bemint!"

Joel glimlachte. „Bezweer het haar in mijn naam, maar zorg vóór alle dingen, dat zij weder hier terugkeert, opdat ik haar zelf dien eed in hart en ziel kan fluisteren! Ga, Doctor, ik smeek het u!"

De philosoof stond op. Nog altijd keek hij min of meer bezorgd en nadenkend voor zich.

„Hoop niet te snel en te veel!" waarschuwde hij. „Hoe hooger het doel, hoe zwaarder de strijd, en zonder strijd geen overwinning! Daphne is een kroon, welke geen sterveling zoo zonder iets meer op het hoofd valt, alleen hij, die iets kan aanbieden, die kan ook iets begeeren en verlangen!"

Sluiten