Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij begeeft zich naar zijn kamer, gaat op de chaiselongue liggen, rookt en leest.

Er wordt aan de deur geklopt. Hendrik brengt een brief.

Eikhoff vliegt op. Het bloed stijgt hem gloeiend in de wangen. — Vervolgens wordt zijn gelaat opnieuw bleek. Het schrijven komt van Wigand.

Zou hij het nog lezen ?

Met tegenzin opent hij het couvert.

Natuurlijk — een lange uiteenzetting over de beleediging, welke Erika heeft ondergaan, de hoffelijke bede, dat tante Elly ze terugneme, daar anders de betrekking tusschen de beide familiën noodwendig verbroken zou moeten worden.

Daar hij zich thans beschouwde als geheel en al tot Ellerndörp te behooren en hij het met zijne begrippen omtrent recht en plichtgevoel niet overeen kon brengen, wanneer een dergelijke beschuldiging, als tegen Erika openlijk was ingebracht, niet teruggenomen werd, moest hij in dat geval insgelijks zijn betrekking tot het huis Eikhoff verbreken en zou dan de vrijheid nemen, het kleine legaat van zijn oom weder aan zijn pleegbroeder ter hand te stellen.

Overigens bracht hij den dank van Mevrouw Koltitz over voor de gastvrijheid, welke Erika in zijn ouderlijk huis had genoten.

Belachelijk! Die drukte om zulk een bagatel! Hier bekommert zich geen levende ziel meer om de heidedame, het is dus volkomen onverschillig of Mevrouw de Geheimraad in haar opgewondenheid van een minnarij met Mister Smith heeft gesproken of niet! Gekheid, wat doet het er toe! Alleen de preutsche, huisbakkene, pedante gezindheid der brave Ellerndörpers vindt iets aanstootelij ks in zulk een hofmakerij!

Zou hij er nog op antwoorden ? Hij vindt het onbeschrijfelijk vervelend en hij heeft het hoofd zoo vol met andere gedachten! Ja nu, hij zal den brief aan zijn mama doorzenden, het is toch, goed beschouwd, haar zaak, de krenking terug te nemen.

Sluiten