Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdient toch door zijn opera zooveel, dat hij waarlijk geen vreemd vermogen — waarvan hij bij de aanspraken van Daphne toch niet veel te zien zou krijgen — behoeft te begeeren. — En uit liefde? — Mevrouw de Geheimraad barstte in een schellen schaterlach uit. Joël kan niet beminnen. Hij kent alleen hartstocht en zinnelijkheid, beide bruisen op en verdwijnen als het schuim van sect. Neen, uit liefde trouwt hij niet. Hij doet het alleen om zijn moeder op den achtergrond te dringen; zij voldoet aan zijn ijdelheid niet meer. Goed, dus zal zij het veld ruimen. Zij reist af, zonder tranen, diep verbitterd. En toen zij, moeder en zoon, van elkander afscheid namen, voelde geen hunner de scheiding als smart.

Joël had in de ontroering der laatste uren en der verrassing van het in elk geval plotselinge afscheid geheel vergeten te vragen, of Mevrouw Elly, ingevolge zijn wensch, den brief van Wigand had beantwoord; hij troostte zich met de gedachte, dat het wel geschied zou zijn en had veel te veel gewichtigere en aangenamere dingen te overleggen, om zich nog met een enkele gedachte die fatale geschiedenis te herinneren. Hij snelde naar zijn kamer terug en liet zich zeer behagelijk in de weeke kussens van zijn schrijfstoel vallen.

Hij koos na lang talmen een allerliefst vel postpapier,

dat het muzikale motto droeg: „Hoe zou ik arm kunnen zijn, wanneer ik, om mij gelukkig te noemen, een liemelsche zaligheid gevoel" en liet Elsa van Brabant, als draagster zijner eigene gevoelens, de bodin van deze liefdepost zijn.

Wel is waar was het juist geen zeer gelukkig minnende, die hij tot voorbeeld had gekozen, maar wat deed het er toe, hun echtelijk geluk behoefde toch niet zoo beperkt te zijn, als dat van het beklagenswaardige jonge paar, dat, helaas! met te veel kwade verplichtingen het huwelijk beginnen moest.

„Nimmer moet gij mij vragen!" -- zulk een verlangen is steeds de steen des aanstoots.

Sluiten