Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar zijn zin en smaak. Haar is volstrekt niets goddelijks, reins, heiligs, eeuwig getrouws eigen, niettegenstaande hij het woordje „goddelijk" gedurig op de lippen en in de pen heeft.

Het is een holle klank, even zoo hol en nietszeggend, als het goedklinkend praedicaat „door God begenadigd", dat hij met tevreden glimlach voor zich als kunstenaar in beslag neemt en zich laat aanleunen.

En dan sluit Apollo, de bruinlokkige, zijn brief, en houdt hem een oogenblik in de hand, als een Dictator, die een contract ter onderteekening verzendt. Hij vermoedt niet, hoe zwaar dit witte velletje papier in zijne vingers weegt, de fiere vreugde der overwinning bedwelmt hem, en de triomf maakt hem blind.

Dezen keer behoeft hij niet zoo wanhopend lang te wachten, als de eerste keer.

Twee uren nadat Hendrik den brief heeft bezorgd, ratelt de equipage van Doctor Vahlbrecht vóór de deur.

De aanstaande zwager steekt Joël beide handen toe, in zijn leelijk gezicht ligt een uitdrukking van verbaasde bewondering.

„Dus werkelijk ! — Mensch, Eikhoff, hebt gij springkruid gegraven, dat gij de vrouwen zoodanig behekst ? Ik had het nooit gedacht, nooit mogelijk geacht, dat Daphne zich immer weer aan een man zou overgegeven hebben, en nu komt er me daar een slank jong mensch aan en.... weldra heet het bruidegom en bruid!"

De Doctor zingt Annaatje's lieve woorden met heldere, ietwat luide stem en geeft hooge en blijde opgewondenheid te kennen, hij kan den „onweerstaanbare" niet genoeg in de armen drukken en zich gedurig opnieuw over zijn ontzettende overwinning verbazen. Deze eerste voldoening, de vleiende erkenning van zijn zegepraal zijn nieuwe oliedroppels in het offervuur der ijdelheid, dat op het afgodsaltaar van den jongen componist brandt, hij geeft zich onbeteugeld aan de vreugde over en ledigt met den nieuwen zwager

Sluiten