Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de banier van hen schrijven, die door een van God begenadigd meesterschap reeds op deze aarde onster-

felDaphne lag in zijn arm en luisterde naar den heren klank dezer woorden, zij pinkoogde daarbij zoo welgevallig met de donkere oogen als een katje,

verblind in het licht kijkt.

Toël evenwel verblindde zichzelf en haar met de droombeelden, welke hij met de weelderigste kleuren van de toekomst schilderde.

HOOFDSTUK XXIII.

De hefde kende geen bedrijvigheid van den werkdag, zij lag dag uit dag in zwijgend en roerloos onder den

majestueusch gewelfden hemel, zooals een vrome vrouw-

op de knieën vóór het hoogaltaar bidt.

En desniettegenstaande was het heden nog plechtiger, nog vreedzaam stiller dan anders, het was Zondag m den hemel en op aarde, dat verkondigde de stralende zon dat predikte de vlekkelooze pracht van het uitgestrekte sneeuwveld, dat zong de zachte adem des winds, welke de met rijp bedekte takken neigde, a s ring de goede God zegenend langs hen heen _

Eenzaam lagen de hutten langs den weg. Ook zij hadden zich getooid met het witte fluweelen kleed van winterpracht, en de dorre struiken, welke boven de laaghangende daken uitstaken, droegen milliarden

ijsparelen als guirlanden. ,

Fijne blauwe rook kronkelde uit de schoorsteenen, en de raven zaten op de nok en keken ernstig op de verlatene straat neder.

Daar hieven de kerkklokken aan.

De heldere lucht droeg het geluid ver over de heide,

Sluiten