Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

palm, dennetakjes en kunstbloemen, welke de eettafel tooit, in de hand genomen!

Hijgend van inspanning bereikt zij de huisdeur weder, als het jonge paar stralende van geluk naderbij komt.

Erika ziet haar, zij lacht schalks en fluistert den forschen man naast haar snel een paar woordjes toe.

Moeder Doortje bemerkt het niet, zij spiegelt zich tersluiks in de ruit van een ter zijde openstaand venster en trekt de staatsiemuts recht; als zij opkijkt, staan de jongelieden reeds dicht voor haar.

Dan zwelt zij op van trots en zegepraal, zet een gezicht, dat duidelijk uitdrukt: „Zoo, besluit gij er eindelijk toe gelukkig te zijn?" maakt een diepe buiging en overhandigt de bloemen. „Ik wensch u ook geluk!"

Beiden kijken haar verrast aan, Erika hinkt, den eenen voet een weinig na zich trekkend, haar tegemoet. „Wat bedoel je toch met die bloemen, Doortje? Gauw je arm! Ik heb mijn voet verstuikt. De goede Wigand bracht me met moeite tot hier!"

Een zachte kreet.

Vrouw Hagen is door smartelijke teleurstelling verschoten. „Dus was het al weder niets?!" krijt zij, met een toornigen greep de muts van het hoofd rukkend. „Nu, 't zij zóó! Nu kunnen ze allebei blijven liggen tot den jongsten dag!!" — -— En zij maakte woedend het schort los, om het schier minachtend over den arm te werpen.

„Doortje — meteen wou ik je mijn beminde voorstellen —"

Met toornige oogjes maakte de oude rechtsomkeert. „Nu zegt men bloot nog: April, April! Aan den minnaar geloof ik nu mijn heele leven niet meer!

Doch het jubelend gelach van het jonge paar weerklonk te ontzettend over de hooge vlakte, en toen zelfs Erika met onstuimigen overmoed de armen om de matrone sloeg en haar de muts op den schedel

Sluiten