Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft nu en dan fonkelend op de gestalte van haar man rusten, die oogenschijnlijk met de grootste zielekalmte op den pianostoel zit en op de toetsen akkoorden aanslaat. Veinst hij? Beoogt hij iets met de komedie, zich plotseling arm te noemen?

Zij heeft een kwaad geweten. Heeft hij hare kleine vertrouwelijkheden met Taygetos afgeluisterd? — Zoekt hij een voorwendsel, om van haar te scheiden ? Dat hij haar niet meer bemint, heeft zij reeds lang bemerkt. Het zou haar geen strijd kosten hem op te geven, maar zij is te verstandig, om zich op goed geluk nu reeds van hem te scheiden. Buitendien houdt zij zich overtuigd, dat hij haar beliegt. Zij gelooft niet aan die plotselinge armoede.

Wat te doen? De gedachten dwarrelen haar door het hoofd. Zij kan tot geen besluit komen. Tijd gewonnen, alles gewonnen.

In elk geval moet zij zich eerst zekerheid verschaffen, hoe het met zijn vermogen staat. Tot zoolang moet ook zij komedie spelen, de fatale groote leugen, welke zij tot hiertoe aan de gansche maatschappij opdischte, verder liegen.

Joel slaat hard op de toetsen en wendt het hoofd om.

„Nu?" vraagt hij norsch, „hoe moet het gaan?"

Zij plooit met inspanning haar verwrongen gelaat tot een schier humoristischen glimlach. — „Je bent een afschuwelijk mensch, Joel. Al mijn vroolijkheid is weg. Ik wilde zoo gaarne door besparing mijn vermogen flink vermeerderen, om met Kerstmis een geschenk voor je onder den Kerstboom te leggen, dat je verrassen zou. Dat zal nu moeielijk gaan. Ik neem van dit oogenblik af, zooals vanzelf spreekt, de huishouding voor mijne rekening, tot jij na nieuwe inkomsten me naar ik hoop een weinig bijspringen kunt. Ik zal onmiddellijk de noodige maatregelen nemen, dat vóór mijn afreize alles in orde is. Was Agamemnon maar hier, dan kon die het voor mij op zich nemen."

„Je wilt werkelijk nog op reis gaan?" Zijn blik is

Sluiten