Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuriger geworden, een groote zelfvoldoening vervult hem. Zij besluit, zonder eenige weigering, te betalen. Hij treedt nader en beproeft, teeder te worden. „W il je werkelijk niet bij me blijven?"

Zij windt zich als een slang, glad en lenig, uit den arm los, welke haar omklemmen wil. Haar blik flikkert.

„Ik moet, beste man! Ik kan die hitte, die slechte lucht niet langer uitstaan. Maar ik zal eerst morgen vertrekken! Ben je van avond thuis?"

„Neen, kleine godin, ik heb, helaas! mijn woord gegeven voor een partij skat."

,,'t Is jammer, maar daaraan valt niet te veranderen. Nu, je kent het spreekwoord: l'absence fait a l'amour —"

„ Ce qui fait au feu le vent /" vervolgt hij glimlachend, „goed, laten we de proef nemen, of dit spreekwoord een waar woord is!"

„Hoever ben je met de „Melusine" gevorderd?"

„Binnen zes weken heeft de eerste orkestrepetitie in den schouwburg plaats."

„Een min of meer ongunstige tijd!"

„Ja nu, waartoe heet men Joël Eikhoff, als zelfs die naam ons niet door den „komkommertijd" kan helpen?"

„Je hebt gelijk. Ik hoorde langen tijd niets van de muziek; speel me dat intermezzo eens voor! Ik verzoek het je, Joël!"

Of gaarne öf ongaarne, — zij kan het uit den zucht, waarmede hij gaat zitten, niet opmaken — begint hij te praeludieeren. Na een snellen, scherp onderzoekenden blik in de rondte, gaat zij achter hem aan zijn schrijftafel zitten. Ginds ligt in het kleine zijvakje de sleutel van de brandvrije kast, waarin hij zijne papieren van waarde bewaart.

Haar vinger glijdt stil onderzoekend over den metalen ring. De schuiflade is niet afgesloten. Zij trekt ze zonder geraas te maken open en voelt er in. Juist, de sleutel. — Zij grijpt hem en laat hem in haar zak glijden. Vervolgens werpt zij zich op het rustbed en luistert. Maar zij hoort niet, wat haar man speelt, hare

Sluiten