Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijst elke poging tot toenadering van zijne zijde ten deele fier, ten deele spotachtig af, en behandelt hem zelfs op de repetities op een manier, dat zelfs den arroganten en van zijn zegepraal bewusten Joël een gevoel van zenuwachtige onrust en beklemdheid bekruipt. Tot zijn ontsteltenis treedt ook Marva juist in dezen tijd als gast op en zal de altpartij overnemen. Welk een gelegenheid voor de wraakzuchtige persoon, zich thans met hem te kunnen meten. Joël is daarvan overtuigd en geeft zich volstrekt geen moeite, om de dames, die hij in zeker opzicht haar positie aan het tegenwoordig tooneel heeft doen verliezen, ietwat gunstiger te stemmen.

Naar de gunst der Melusine dingt hij des te ijveriger, door ze hoe langer hoe meer met bloemen en geschenken te overladen, hoe beleedigender zij ze hem vóór de voeten werpt. En desniettemin gloeit er iets in haar oog.... ik, Joël zou de vrouwen niet moeten kennen! ■— „Zij beminde me gisteren, zij bemint me heden nog, zij zal me eeuwig beminnen!"

Zij koketteert met hem. Achter haar haat schuilt liefde. Hij maakt er tegenover haar toespelingen op, dat hij zeer ongelukkig geworden is, dat zijn huwelijk zeker slechts een quaestie van tijd is. Zij glimlacht — en Joël meent de vrouwen te kennen.

Neen, de Melusine verlaat hem niet! Als de ijskoude, heilige Marva maar niet op die planken stond. Haar acht hij tot elk werk der wrake in staat.

De gezamenlijke artisten maken hem ook thans vele complimenten over zijn muziek en de componist is zelf zoo overtuigd van de schoonheid van zijn werk, dat het hem volstrekt niet in de gedachte komt, dat het wel eens ironie zou kunnen zijn. Het valt hem ook volstrekt niet op, hoe onstuimig de lofuitingen zijn, welke eigenaardige blikken men achter zijn rug wisselt.

Alleen de kapelmeester is ernstig en bewaart het stilzwijgen. Dikwijls wendt hij zich tot den componist met

Sluiten