Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij reikt hem de jongste muziekcourant toe, laat zich op den naastbij staanden stoel vallen en zegt naar adem hijgende: „Hebt gij het reeds gelezen, Mijnheer Eikhoff?"

joëls hand beeft. Hij vat het blad en staart er op. „Wat?"

Een lang artikel. „De liederen van een onbekende". Groote, sensatie makende ontdekking, — de schoonste en meeste melodieën der „Dorpslurley" klinken ons van de vioolsnaren van een Spiro Malia tegen.

Het gelaat van den lezer wordt doodsbleek, koud zweet parelt op zijn voorhoofd. „Vervloekte laster!" roept hij gillend uit, „onwaardig komediespel van mijne vijanden! — Schrijft het liefdelied — de vuurbetoovering — de opgewektheid van het woud ook in de „Liederen van den onbekende !" — en maakt Wagner evenals mij tot een dief! Laat Spiro Malia toch Mendelssohn, Mozart en Beethoven spelen, dicht hem toch Rubinsteinsche en Schumannsche Melodieën toe."

„Al deze Heeren hebben geen kunstreis naar Griekenland en Patras gemaakt, zij allen hebben Spiro Malia nooit met hunne oogen aanschouwd."

Joel staart den spreker aan, zijn gelaatskleur helt naar het groenachtige over.

„Dus wilt gij me ook verdenken?" stoot hij er sissend uit.

„In het minst niet. Ik kom tot u, om u te verzoeken, mij per omgaande een weerlegging ter uwer rechtvaardiging te schrijven. Dit artikel moet nog vóór de opvoering der „Melusine" beantwoord worden, dat ziet gij zelf zeker in, Mijnheer Eikhoff."

Joël klemde zich aan de stoelleuning vast. De knieën waggelen onder hem. Maar hij werpt het hoofd trots in den nek. „Binnen twee uren zult gij mijn weerlegging in handen hebben!"

„En wat wilt gij op de aantijgingen antwoorden?"

„Dat het leugens, nietswaardige, ellendige leugens zijn."

Sluiten