Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eenige, die zingt, werkelijk schoon en met toewijding, met inspanning van alle kunst en alle kracht, is — Mejuffrouw Marva. Men hoort het haar aan, dat zij het bedrijf gaarne zou redden, maar hare partij is niet genoeg van beteekenis, zij verzinkt in de grijze golven van doodende smakeloosheid en gebrek aan inhoud.

Het scherm valt.

Diepe, huiveringwekkende stilte. Nog eerbiedigt men den reeds nu veroordeelden componist door een tactvol zwijgen.

Het tweede bedrijf behelst ook den bedenkelijksten tekst, hij verwekt dikwijls smadelijk gelach bij open tooneel.

Alleen en verlaten zit Joël op zijn rechterstoel. — Zijn ij dele ziel, zijn onverzadelijk naar bijval smachtende persoonlijkheid wringen zich in doodelijke pijnen. Hij hoort, hoe de Melusine achter hem met een spottend gelach tot den schouwburg-directeur zegt: „God erbarme zich over zulk een opdracht! In een opera van Eikhoff — ik bedoel in een opera, welke hij alleen en zonder „ontleening gemaakt heeft — te zingen, is een moordaanslag op de kunst!"

En eindelijk, eindelijk valt ook het scherm na het tweede bedrijf. Nu ontstaat er beweging onder het publiek en geeft dit zijn ontevredenheid te kennen. Zissen, fluiten, een echt heisleven ontstaat er.

Joël staat naast zijn stoel. Hij keert zich om en waggelt als een stervende naar buiten.

\oort! — voort! — moet hij door dat geraas niet krankzinnig worden!

Een ijskoude rilling gaat door zijne ledematen en toch parelt het zweet op zijn aschgrauw gezicht. Zonder mantel, zonder hoed, als een doodelijk gewond, afgejaagd wild, stormt hij door de foyer. — Nog is deze ledig, — Gode zij dank !

Doch eensklaps een stem een stem ?

Hij krimpt ineen. Een dame vliegt van de tegen-

Sluiten