Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ah, vermoedt zij het reeds? Heeft men haar de nederlaag van gisteren reeds bericht? Neen, nog schijnt zij niets te vermoeden. Hij leest: „Ben zooeven hier in Trouville aangekomen. Groote opschudding in het hotel; een chevalier Larmand is wegens valsch spelen gearresteerd, ik zag hem en herkende Vahlbrecht! Je zwager een valsche speler, men noemt Daphne zijn medeplichtige. Zooeven vertelt men, dat de Doctor zich vergiftigd heeft. Ik ben buiten mezelve! Die schande overleef ik niet. Ik verwacht je, kom onmiddellijk tot je moeder."

Joëls gelaat gelijkt een steenen beeld. Hij kan op dit oogenblik zelfs niet meer lachen.

Ontzettende, pijnlijke dagen en nachten. Joël geeft zijn agent volmacht, met de eerstvolgende ontvangsten de schuldeischers zijner vrouw tevreden te stellen. Hij verkoopt het ameublement der woning, om de dringendste schalden af te betalen, vervolgens keert hij ook aan de dienstboden het loon uit en ontslaat hen.

De huishouding is opgebroken.

Joël zinkt als een stervende op zijn leger neder, maar hij vindt geen rust.

Elk gedruisch prikkelt hem tot waanzinnig wordens toe. De aanblik van menschen is hem onverdragelijk. Ziet elk oog hem niet met leedvermaak ironisch aan. Fluistert de een het den ander niet onafgebroken in het oor, welk een schakel van schande en eerloosheid met den naam Joël Eikhoff is verbonden?

De schande, het ongeluk staat hem op het voorhoofd te lezen, hij schaamt zich onder de menschen te gaan.

Waarheen? Waarheen voor al die booze tongen, voor al die onbarmhartig veroordeelende blikken te vluchten? In de diepste eenzaamheid, daarheen, waar zijn ellende nog niet bekend is geworden, daarheen, waar het einde der wereld is, daarheen, waar de

Sluiten