Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij schudt haastig het hoofd en kust haar. „Zeker niet, mijn lieveling! Je huishouding was voorbeeldig! mijn kleine schat overal op haar plaats! geen enkele maal heb je me papiersnippers, zand en inkt als middagmaal opgedischt."

Zij lacht dartel mede. „En je kousen waren altijd gestopt."

„De linnenkast onberispelijk."

„De tuin in orde."

„In één woord, — ik had volstrekt geen vermoeden, welk een geniaal, lief en wereldberoemd vrouwtje voor mij, prozaïsch mensch, 's middags de aardappelen schilde! — Maar zeg me nu eens in ernst, Erika, jij bent de schrijfster van „Spoken" en van de „Dorpslurley", en liet het zwijgend toe, dat zich toenmaals een schaamtelooze vreemdelinge met je lauweren tooide ? "

„Och, ik verlangde niet naar roem en eer, mijn schat, ik genoot geluk genoeg in het scheppen zelf. Had thans de koningin niet met zoo groote hulde en genade verlangd, den waren naam der schrijfster te weten, dan zou ik ook nu nog tegenover de wereld hebben gezwegen."

„Wat zal Joel zeggen, als hij het in de couranten leest?"

„Hij zal de schouders over het dwaze kleine heidebloempje ophalen en het onbegrijpelijk vinden, dat een kunstenaar zich aan den bijval der menschen onttrekt en zich in de eenzaamheid begraaft, om zonder eenige opwekking en zonder toedoen van het gewoel der wereld alleen uit zichzelve hare poëzie te scheppen."

Wigand legde de hand op haar blond kopje, een toon van ernstige ontroering trilde in zijn stem.

„Best mogelijk, dat hij het onbegrijpelijk noemt, doch ik noem het door God begenadigd, en ik zegen het uur, waarin deze genadezon door jou ook mij en ons gansche huis bestraalde!"

Sluiten