Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

togen op een Woensdag in Juni naar de wekelijksche audientie, om dat aan hunnen Koning te vertellen en met hem te bespreken. De Koning was uiterst minzaam, gaf bij herhaling op ondubbelzinnige wijze zijne belangstelling te kennen en zeide zijne deelneming toe. Ja, er is eene legende, dat de Koning hen aanmoedigde om later terug te komen en te vertellen, hoe het feest afgeloopen was. 's Konings toezegging bleef niet onvervuld. Den 15 September kwam eene „missive" van den Thesaurier van het huis des Konings, meldende dat hij was gemachtigd om aan het Genootschap als een blijk van 's Konings belangstelling in deze Inrichting en in de viering van deszelfs 50-jarig bestaan, over te maken eene som van ƒ 300.—, welke som in een bankbiljet was bijgevoegd. Dat gaf groote vreugde, en toen de Burgemeester, de Mey van Streefkerk, op de plechtige Algemeene Vergadering in de Doopsgezinde Kerk mededeelde, dat Z. M. den onderwijzer Barth. van den Broek (oprichter en onderwijzer sinds 50 jaren) tot broeder in de orde van den Nederlandschen Leeuw had benoemd, kende de opgewondenheid geene grenzen.

I oen kwam het er op aan om den Koning dankbaarheid te toonen. Vooreerst bood men Z. M. het portret aan van den heer \ an den Broek met begeleidend schrijven. De stadsbouwmeester S. van der Paauw, medebestuurder van het Genootschap, had dit doen vervaardigen. Het was geheel belangeloos geschilderd en ook op steen gebracht door den aankweekeling van van eer J. L. Cornet, toenmaals assistent-onderwijzer, later den bekenden Leidschen kunstschilder en „was zeer wel uitgevallen". Van den brief werd „lecture" gegeven in de bestuursvergadering en deze geappreteerd". En na afloop van het feest werd dadelijk besloten om bij de eerste gelegenheid ter audientie te gaan, om Z. M. te bedanken en hem van den afloop van het feest kennis te geven. En weder op een Woensdag 21 October togen de Heeren B. v. d Broek, Librecht Lezwijn en Meerburg naar 's-Gravenhage, de eerste om voor de benoeming tot broeder van den ^ederlandschen Leeuw te bedanken, en allen gezamenlijk „voor de onderscheiden blijken van Zijner Majesteits hooge belangstelling in deze Inrichting". Zij werden allervriendelijkst ontvangen. De Koning gaf de her-

Sluiten